Ernst Christoffel Baerveldt     (1723 - 1799)
De eerste Nederlandse Baerveldt
 
Ernst Christoffel wordt op 3 maart 1723 in Bad Wildungen in Duitsland geboren. Hij is de zoon van Georg Wilhelm Barfeld (Baerveldt) en Catharina Elizabeth Möller. Hij verlaat zijn geboortestreek, want in 1752 komen wij hem tegen in Nederland. In dat jaar trouwt hij en wordt hij poorter van Leiden.
In 1752 woonde Ernst in de Vrouwenkamp te Leiden. Op hetzelfde adres woonde ook zijn zwager Hendrik Weltener, die waarschijnlijk getrouwd was met Anna Catharina Baerveldt, een stiefzuster van Ernst. Bij de doop van Ernst Christoffel op 6 maart 1723 in de Stadskerk van Wildungen was Ernst Christoffel Weber doopgetuige. Ernst is naar hem vernoemd. Een voornaam die nog steeds in de familie voorkomt.
 
Ernst is drie keer getrouwd geweest:
Op 22 april 1752 trouwde hij met Elizabeth Kok (Scheepenhuwelijk). Een dag later vond de kerkelijke inzegening plaats in de Lutherse Kerk te Leiden. Drie jaar later overleed Elizabeth. In 1757 hertrouwde hij met Maria Aurijns. Hoewel zij Luthers waren, werd hun huwelijk voltrokken in de Hervormde "Loodskerk" (een noodkerk). Ernst overleefde ook deze vrouw. In 1778 trouwt hij voor de derde maal. Dit huwelijk werd voltrokken in de Pieterskerk. Uit zijn eerste huwelijk zijn twee kinderen geboren en uit het tweede huwelijk zeven kinderen.
 
Zover nu bekend stammen alle Baerveldts in Nederland af van  
drie zoons uit het tweede huwelijk van Ernst Christoffel met Maria Aurijns:
 
1. Frederik Willem. Gedoopt 4 maart 1759 (Luth. huisdoop). Overleden in 1820 te Bodegraven. Hij was daar Heel- en Vroedmeester.
 
2.Jan Frederik. Geboren in 1761 en in 1809 te Rotterdam overleden. Hij was koopman.
 
3. Samuel. Geboren in 1770 en ook in Rotterdam (1828) overleden. Zijn beroep was zadelmaker.
Van Ernst is bekend dat hij kleermaker is geweest, koster en voorzanger van de Lutherse kerk en weesvader van Lutherse weeshuis.
Op 24 december 1799 is Ernst Christoffel vanuit de Nonnensteeg te Leiden in Oegstgeest bij het Groene Kerkje begraven (vierde klas, Pro Deo).
 
In Bad Wildungen kon Ernst Christoffel in de kerk het prachtige middeleeuwse altaarstuk met voorstellingen uit de Heilsgeschiedenis bewonderen.
In de Lurherse kerk van Leiden trof hij ongeveer hetzelfde aan:  
negen schilderijen met bijbelse voorstellingen.
Iets bijzonders voor een protestantse kerk.  

                                             WEESVADER

Zoals zoveel Duitsers was ook Ernst Christoffel Luthers en het is begrijpelijk dat, als hij zich in Leiden gaat vestigen, hij zich aansluit bij de Lutherse kerk, waar hij geloofsgenoten en ook landgenoten vindt. Hij is vrij actief als gemeentelid. Zo is hij koster geweest en ook nog voorzanger, maar dat laatste hoorde bij zijn functie als Binnenvader (Weesvader).

Op 11april 1774 wordt Ernst Christoffel Baerveldt  namelijk weesvader van het in 1719 gestichte Luthers Weeshuis aan de Middelweg.
Het aanvangssalaris bedroeg ƒ150 per jaar en verder ondermeer vrije kost en inwoning en turf voor de verwarming. Verder een dukaat om naar de kermis te gaan en een dukaat  "voor een nieuw jaar ". Het behoorde ook tot de taak van vader Baerveldt om catechisatie aan de weeskinderen te geven. Verder moest Ernst bij ziekte of afwezigheid van de voorzanger, in zijn plaats voorzingen in de kerk en was hij ook verplicht om elke zondag naar de kerk te gaan.
 
Voor vader Baerveldt was het elke morgen vroeg op, want in het Reglement voor de weeskinderen lezen we o.a.:
 
"Alle kinderen zullen zich gezamenlijk 's morgens onder toezicht en bijzijn van de binnen-vader in het gebed begeven, hetwelk zal gehouden worden in de maanden Mei, Juni, Juli en Augustus 's morgens ten vijf uren, in Maart,  April, September en October ten zes uren, in November en December, Januari en Februari om half zeven, zullen de alsdan door een der oudste kinderen uit het daartoe gestelde gebedenboek overluid gebeden worden".
 
Bij het avondeten had weesvader Baerveldt ook een taak:  Hij las dan een of twee hoofdstukken uit het Nieuwe Testament ook deed hij de dankzegging en sprak hij het avondgebed uit. Tot slot werd er een gezang gezongen.
 
Er waren veel regels voor de kinderen en om te voorkomen dat de kinderen bij overtreding zich door onwetendheid zouden verontschuldigen moest de oudste jongen elke eerste maandag van de maand in de eetzaal, 's avonds na de Catechisatie, in het bijzijn van vader, moeder, meester, suppoosten en alle kinderen de ordonnantiën overluid en verstaanbaar voorlezen.
 Toen Ernst in het weeshuis de scepter zwaaide is er  een keer een wees weggelopen,  zoals blijkt uit de volgende advertentie:
 
"Alzoo  zedert den 27 July 1778 uit het Lutherse Weeshuis binnen Leiden, vermist word een Jongeling, met name Daniel S., oud zijnde circa 18 jaren, niet groot van postuur, scheel van uitzigt, aanhebbende eene Bruine Verwers Kiel en Broek, en Witte Garen Kousen, de Kiel gemerkt L.D.; zoo word van de Regenten van het voornoemde Huys verzogt, zoodanige Persoon voorkomende, daarvan aan het Weeshuis kennis te geven".
 
Moeder Baerveldt had ook haar taken in het weeshuis:
 
"...ook zal de Moeder acht geven of de meisjes, eer zij 's morgens naar haar werk gaan, hun bedden behoorlijk afhalen, opdat dezelve luchte - en daarna weer opmaken zonder er iets aan te laten mankeren - Moeder zal zorgdragen voor de jongens en de oude lieden, die niet bekwaam zijn, dat haar bedden alle dagen gemaakt worden -- ook moet zij acht geven op het goed als dit van de bleek komt, of het behoorlijk gewassen is en er niets gemist wordt - droogzijnde, ook gestreken en aan elk kind het zijnde gegeven".
 
Weesvader Ernst nam ook personeel aan. Zo neemt hij op 28 augustus 1774 Anna Peperijn en Elzi Lansie in dienst.  Anna neemt hij aan als naaister en Elzi als "mijt sonder kostgeld of brood of drinkgeld mits 18 st. meydegeld".

En dan gaat het op een keer mis. Ernst vertoont wangedrag en wordt ontslagen
 

                                WANGEDRAG EN ONTSLAG
 
Op 13 oktober 1782 was er een extra vergadering van de kerkenraad van de Leidse Lutherse Gemeente. De aanleiding was het slecht functioneren van Ernst Christoffel als weesvader. Hij doet niet zijn plicht. Telkens weer is hem hier vriendelijk op gewezen, maar hij reageerde er brutaal op. Het besluit wordt genomen om hem voor de aanstaande maandelijkse vergadering uit te nodigen en hem hierover te onderhouden. Dan zal hij voor de keus gesteld worden: de orders van de kerkenraad opvolgen of vertrekken.
 
Op 5 november was die bewuste vergadering en er werd aan Baerveldt gevraagd of hij zijn plicht wilde doen, zoals het schoonhouden van het huis en de meubels. Volgens zijn beroepsbrief behoorde hij dit te doen.

"Ik ben niet verplicht dat te doen en kan niet schrobben".

De kerkenraad gaf hem toen te verstaan, dat hij over zes weken kon vertrekken.
De reactie van Baerveldt was:

"Dat zul je gerechtelijk moeten doen".
 
Op dinsdag 12 november was er weer vanwege het wangedrag van Baerveldt een extra vergadering en daar was bovendien nog iets bij gekomen.
Afgelopen zondagmiddag, bij het beëindigen  van de kerkdienst, had hij zowel de dominee als de kerkenraad gelasterd, uitgescholden en bedreigd. De kerkenraad had hij ondermeer uitgescholden voor een cabaal (samenspanning, kliek) en Ds.Retman voor een veile paap. Verder had hij ook nog de koster een klap gegeven.
Aangezien deze zaak nog in behandeling was bij Schout en Schepenen werd besloten om op donderdag 15 november deze kwestie verder te bespreken.

Op 14 november deden Schout en Schepenen uitspraak in deze zaak.
Hij had Jan Hendrik Rinné, de koster van de Lutherse kerk, bij het uitgaan van de kerk op 10 november een slag toegebracht en daarvoor kreeg hij 3 gld boete.
Verder moest hij Ds.Retman, die hij beledigd had, zijn verontschuldigingen aanbieden en werd hij veroordeeld tot het betalen van de helft van de proceskosten.
In de vergadering van 15 november werd besloten, dat hoewel hij verdiend had direct te moeten vertrekken, hij met zijn gezin nog tot zaterdag 23 november in het weeshuis mag blijven. Als dit besloten is, wordt hij binnen geroepen en wordt hem dit medegedeeld.
Zijn antwoord hierop is:

"Ik houd me daar niet aan. Ik heb al eerder gezegd: ze moeten me er gerechtelijk maar uitzetten".
 
Voor de vergadering begon had hij aan de dominee zijn verontschuldigingen aangeboden.
Ds.Retman heeft toen hierop gezegd:

"Vader, voor mijn persoon vergeef ik het u van harte, maar het doet mij leed, dat gij die verkeerde weg zijt ingeslagen. Mijn geweten overtuigt mij ervan, dat ik u niets dan liefde heb bewezen. Voorts heb ik mij aan de kerkenraad vervoegd, wiens zaak het ook verder zal zijn".

En zo kwam er een einde aan het weesvaderschap van Ernst Christoffel.
terug